Naobers over de grens

DSC06939Het begint inmiddels een najaarstraditie te worden: klussen op de camping van vrienden Jan en Manja in de Belgische Ardennen. Met drie auto’s vol kampeerspullen, gereedschap en havermout reden twaalf Naobers afgelopen maandag richting het zuiden.  

“Ik zie Maastricht al op de borden staan, we zijn er bijna!” Deelnemer Paul stuiterde over de achterbank. “Met wie slaap ik in de caravan? Mag ik bij jullie? Hebben jullie ook een slaapzak mee? Snurken jullie? Wat voor klussen gaan we doen? Wanneer zijn we er?”
Drie cd’tjes later kwamen we aan in Hony; een rustig dorpje aan de rivier de Ourthe, vlak onder Luik. Na een hoogseizoen met een flink aantal gasten, restten nu nog twee caravans met vakantievierders op camping Les Mûrets. Met hun rust was het snel gedaan toen Dennis en Jurre de kettingzagen, bos- en grasmaaiers tevoorschijn haalden en enkele dode bomen omzaagden.

DSC06841Tijdens het drukke campingseizoen kwamen campingeigenaren Jan en Manja niet toe aan het wassen van hun voertuigen en het maaien van het gras. Gewapend met een hogedrukspuit waste Angelo daarom alle auto’s en caravans die hij in zijn vizier kreeg, en Henk maaide het gras van de entree. Lucas verwerkte de gevallen bomen tot mooie stukken haardhout, en Rein verplaatste samen met Paul en Arie een hek naar de achterkant van de camping. De hele middag werd er hard doorgewerkt, en dat maakte best een beetje hongerig. De pasta van Jacky smaakte ’s avonds daardoor des te beter, en werd meerdere keren opgeschept.

Het donker viel snel en vroeg om een kampvuur. “Wat heeft honderd poten maar kan niet lopen?” Angelo grijnsde. Uiteraard, bij een kampvuur horen ook moppen. “Vijfentwintig stoelen!” Jan en Manja lachten. Deze kenden ze nog niet.
“Bij een kampvuur horen ook verhalen. Spannende verhalen.” Sake keek de kring rond. “Wie weet er een spannend verhaal?” Het bleef stil. “Goed, dan begin ik”, zei Sake, en hij begon te vertellen over een klein vosje dat zijn moeder kwijt was. Jan vervolgde het verhaal en bracht een enge hond in. Nog voor Manja het verhaal kon overnemen, onderbrak Angelo haar alweer. “Waarom heeft een Belg altijd een mes in zijn auto?” Vrolijk wreef hij in zijn handen. “Nou? Om de bocht af te snijden natuurlijk!” Onverbeterlijk.

Nadat de deelnemers bij elkaar hadden geinventariseerd wie er snurkte of praatte in zijn slaap (“dan ga ik niet naast jou!”), werden de caravans en slaapzakken opgezocht. Om half twaalf was enkel nog het stromen van de Ourthe te horen.

De volgende ochtend startten we met een stevig bord havermout. De oogjes klein en de kleding klam, maar met veel zin in de dag.DSC06908 “Ik sta vandaag positief in mijn laarzen”, glimlachte Paul. Een uur later sjouwde hij kruiwagens vol kloofhout de camping over, en ruimde hij de omgezaagde bomen op. Ook Henk werkte hard door, en maaide al het gras van het speelveld en de kampeerplekken. Angelo waste opnieuw auto’s en caravans, Bas snoeide de heggen en de berg gekloofd haardhout rondom Lucas werd alsmaar hoger en hoger.
De zon brak door en de truien konden uit. Tijd voor koffie met taart! De harde werkers ploften neer en genoten van de najaarswarmte. Henk kon het niet laten bij Dennis een plens koud water in zijn nek te gooien, en Rein en Bas zetten hun stoel achterover in de zon. De verleiding was groot te blijven zitten, maar er moesten nog wat bomen worden omgezaagd. De overalls en werkhandschoenen gingen weer aan, en ieder vervolgde zijn klus.

Om vijf uur werd al het gereedschap neergelegd en verplaatste iedereen zich naar het voetbalveld. Team Henk tegen Team Angelo. Er werd over en weer gescoord, hard tegen de bal geschopt en vooral veel gelachen. Pas toen na een uur niet meer duidelijk was wie bij wie hoorde, klonk het eindsignaal.

Op het voetbalveld was toen al de frituur te ruiken. Net als voorgaande jaren had Jan de Naobers beloofd patat en kroketten te bakken. Frisgedoucht schoof iedereen aan de lange tafel, om vervolgens moe en rozig van de frituur te genieten. Jan werd bedankt met een applaus.

Met de gesnoeide takken en gekloofde houtblokken werd opnieuw een groot kampvuur gemaakt; er werd gezongen en de zak met Marshmellows kwam tevoorschijn. “Is België eigenlijk een provincie van Nederland?”, wilde Angelo van Jan weten.

“Nee”, zei Jan, “België is een land. Je bent nu niet in Nederland, maar in het buitenland.”
“Spreken ze hier een andere taal?”
“Er wordt hier Frans gesproken.”
“Frans? Ik ken geen Frans. Misschien kent de boer hem wel.”

DSC06918De derde en laatste dag brak aan. De eerste tekenen van moeheid werden zichtbaar. Rein had een blaar, en Jurre bleef ziek in bed. Ook Henk was niet meer van plan te werken. “Woensdag is mijn vrije dag, ik doe vandaag niets!” Gelukkig bleek dat een grapje. Na de havermout werden de laatste klusjes afgemaakt, en konden alle kampeerspullen weer worden ingepakt. Jan zwaaide ons uit. “Bedankt Naobers, voor jullie harde werken. De dode bomen waren ons al jaren een doorn in het oog, en dankzij jullie hoeven we nu voorlopig geen heggen te snoeien; een hele zorg minder! Bedankt voor jullie aanwezigheid, en hopelijk weer tot volgend jaar.”

“Dan komen we een hele week”, zei Paul. “Ik vond het zo gezellig; drie dagen waren te kort.”

Kijk voor meer foto’s op onze facebookpagina

 

 

Advertenties
%d bloggers liken dit: